Skip to main content

In het onderzoek Gebruik zorgstandaarden in de praktijk is onder 1.000 ggz-professionals in 59 teams de praktische ervaring met onder andere de zorgstandaard ADHD onderzocht. Een opvallende uitkomst is dat meer dan de helft van de teams een gecombineerde behandeling inzet bij volwassenen met ADHD. Dit terwijl de zorgstandaard voorschrijft met een enkelvoudige behandeling te starten. Tycho Dekkers, senior onderzoeker bij Accare en GZ-psycholoog bij Levvel is niet verbaasd over deze uitkomst. “Uit onze studie naar het gebruik van richtlijnen in de kinderpsychiatrie blijkt ook dat het gebruik van richtlijnen over het algemeen vrij laag is.”

Tegenstrijdige internationale richtlijnen leveren ruis op
Hoewel uit het onderzoek naar het gebruik van de zorgstandaard ADHD blijkt dat de meeste teams de behandelstappen uitvoeren zoals omschreven, is het voor Tycho geen verrassing dat zij ook regelmatig van de zorgstandaard afwijken. “Voor de behandeling van ADHD zijn veel richtlijnen, ook internationale,” zegt hij. “Ik kan me voorstellen dat dat absoluut niet helpend is. Zeker niet als deze elkaar tegenspreken. Amerikaanse richtlijnen bijvoorbeeld zijn meer op medicatie gericht, terwijl Europese richtlijnen vaker inzetten op psychosociale interventies. Daarnaast zijn er in de ADHD-literatuur, en in de praktijk, veel interventies te vinden waarvan we weten dat ze niet effectief zijn of waarvan we überhaupt niet weten of ze effectief zijn.”

Keuzes verschillen zelfs op individueel niveau
Uit het onderzoek blijkt dat de keuze voor bijvoorbeeld het betrekken van naasten of het inzetten van een combinatiebehandeling per team zeer verschillend is. Tycho herkent dit in de kinderpsychiatrie. “Keuzes verschillen zelfs op individueel niveau”, zegt hij. “Vaak spelen meerdere factoren een rol. Waaronder de wens van het gezin. Zo zijn er gezinnen die al bij de eerste afspraak waarschuwen weg te gaan als je ooit over medicatie begint, terwijl er ook mensen binnenkomen die zeggen: ‘We hebben al heel veel geprobeerd, we willen nu iets medicamenteus’. Dat botst dan met de aanbeveling in de zorgstandaard om te starten met een psychosociale behandeling.”

Hoewel volgens hem in specifieke gevallen van de zorgstandaard kan worden afgeweken, vindt Tycho het belangrijk dat zorgverleners hem wel kennen. Hij is dan ook een warm pleitbezorger van de zorgstandaard. Tycho: “Ik zou willen dat iedere zorgverlener hem raadpleegt en de algemene principes van het handelen daarop baseert. Daarmee bedoel ik: doe netjes je diagnostiek en verdiep je in behandelingen die wel en niet werken. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat je op individueel niveau niet enige vrijheid hebt. Maar je wilt wel dat het bewustzijn er is, dat de flow chart als een soort raamwerk in je hoofd zit. In alle settingen.”

Psycho-educatie een stiefkindje?
Dat de teams uitdagingen ondervinden bij het organiseren van psycho-educatie is een ander aspect dat uit het onderzoek naar voren komt. Hoewel het behandelaanbod in alle teams compleet is, staat de beschikbaarheid onder druk. Zo is er vaak wel een psycholoog om cognitieve gedragstherapie (CGT) aan te bieden, maar is het aantal uren niet altijd toereikend voor alle cliënten. Het resultaat is dat psycho-educatie vaak wordt uitgevoerd door minder ervaren professionals waardoor de kwaliteit en continuïteit onder druk staan.

Tycho herkent dit patroon uit zijn tijd als beginnend therapeut. “Dan mag je als stagiair een sessie psycho-educatie geven aan een kind waar je verder geen band mee hebt. Je legt iets uit om vervolgens weer weg te gaan. Persoonlijk vind ik dat je daar geen goed signaal mee afgeeft en dat deze werkwijze zelfs schadelijk kan zijn voor het zelfbeeld van het kind. In mijn optiek doen behandelaren er beter aan om psycho-educatie te vervlechten in het interventieproces. Kort en duidelijk, aan het begin van de behandeling.”

Bij het geven van informatie en voorlichting is het volgens de onderzoeker belangrijk om ADHD niet te reduceren tot een genetische neurobiologische (hersen)stoornis. Tycho: “Bij ADHD spelen vaak omgevingsfactoren mee, het is een ‘multifactorieel’ verhaal. Bij een trauma kun je uitleggen dat iemand iets heel ergs heeft meegemaakt en daardoor nu angstig is, de oorzaken van ADHD in een paar zinnen samenvatten is ingewikkelder. Het is een complex verhaal waarbij het bovendien nog niet mogelijk is om vanuit algemene bevindingen naar het individu te gaan. Dit omdat lang niet alle mechanismen bij verschillende mensen op dezelfde manier een rol spelen.”

Zorgstandaard breed inzetten
Om de kwaliteit van ADHD-behandelingen bij zowel kinderen als volwassenen te vergroten, is het volgens hem van belang dat de zorgstandaard breder wordt ingezet en dé standaard wordt. Zowel in het onderwijs als in de praktijk. “Elk instituut heeft zo zijn eigen tradities, maar het kan niet zo zijn dat elke instantie behoefte heeft aan andere richtlijnen”, zegt hij. “Ik vind de zorgstandaard geweldig. Hij moet alleen de weg naar de mensen weten te vinden”, aldus Tycho.

Bron: Akwa GGZ https://akwaggz.nl/zorgstandaard-adhd-moet-weg-naar-publiek-weten-te-vinden/

Laat een reactie achter